26 April 06IMF in crisis
Het Internationaal Monetair Fonds is in crisis. Bijna niemand wil meer van het Fonds lenen. In 2001 leek de situatie zo anders. Brazilië en Argentinië sloten leningen af van tientallen miljarden. De jaren daarvoor waren ook goede jaren voor het IMF vanwege de crisis in Azië en Rusland. Maar die tijd is voorbij. De enige omvangrijke klant van het Fonds is Turkije en verder vooral arme ontwikkelingslanden. Ze hebben nog maar 33,6 miljard dollar uitstaan aan leningen. Dat is een derde van wat het drie jaar geleden nog was en de laagste stand sinds begin jaren tachtig. De kleine crisis hiervan is dat het IMF zijn eigen kosten niet meer kan betalen en een begrotingstekort kan gaan ontstaan van 300 mln. ten opzichte van een jaarbudget van 900 miljoen. De grote crisis is dat het IMF een legitimiteitsprobleem heeft. Dat vonden andersglobalisten al jaren, want ontwikkelingslanden hebben amper iets te vertellen. Dat geldt voor de groten, zoals China en India, als voor de kleintjes. De VS en Europa bepalen de koers. Lees mijn artikel in de Internationale Spectator. Natuurlijk wordt geprobeerd de crisis te vermijden. De managing director van het IMF, Rato, heeft afgelopen weekend voorstellen gelanceerd om de organisatie beter in balans te krijgen. Een aantal voorstellen lijken heel zinnig. Het begrotingstekort kan worden gedicht door een beetje van enorme goedvoorraad te verkopen. Het fonds moet beter haar lidstaten gaan surveilleren en dienen als platform om te spreken over onevenwichtigheden in de economie. Heel goed, want dat vindt nu vooral in de G-8 plaats. De dwingende rol van het Fonds blijft natuurlijk zwak. De VS zal echt haar begrotings- en handeltekort niet aanpassen omdat het IMF of andere lidstaten dit zeggen. Ook China zal haar wisselkoers van de Yuan echt niet aanpassen. Maar goed, spreken is beter dan helemaal niets. De grootste uitdaging zit in de verandering van de vertegenwoordiging. Rato heeft een aantal voorstellen gedaan om de grote en kleine ontwikkelingslanden meer invloed te geven. Er zijn twee spelers die hierin essentieel zijn: de VS en Europa, de oude machten. De VS zou mogelijk haar de facto veto moeten gaan opgeven. Europa zou een aantal stoelen in de raad van bestuur moeten opgeven. Voor beide pijnlijk, maar de baas zijn van een irrelevante organisatie is ook weinig zinvol. De grote ontwikkelingslanden hebben afgelopen weekend (zie communique) deels hun zin gekregen door een ad hoc verhoging van het stemrecht. De kleine ontwikkelingslanden blijven wachten. Waarschijnlijk betekent dit alles het einde van de Nederlandse stoel, want ook wij zijn een kleintje. Laten we deze gewoon opgeven, maar dan keihard inzetten op drie of vier roulerende Europese stoelen, en als tegenprestatie de opheffing van het veto van de VS eisen. Liever vol in de aanval dan wachten tot het onvermijdelijke!17 April 06Cultuur en Ontwikkeling
Terwijl het debat over Ontwikkelingssamenwerking in Nederland blijft gaan over de subsidiëring van het Nederlandse maatschappelijk middenveld worden internationaal veel interessantere discussies gevoerd. Discussies over het hart van ontwikkeling: hoe komt deze nou eigenlijk tot stand en welke rol kan ontwikkelingssamenwerking spelen. Een belangrijke rol in dit debat is weggelegd voor Cultuur. Het begrijpen van culturen en de ontwikkeling hierin is van essentieel belang voor de bestrijding van armoede.Twee opponenten staan centraal: Ronald Inglehart die een indrukwekkend boek schreef: “The Human Development Sequence: modernization, cultural change and democracy” en van de hand van Patrick Chabal kwam uit “Culture Troubles: politics and the interpretation of meaning”. Beide hebben tegengestelde meningen over cultuur en de ontwikkeling ervan. Inglehart meent dat modernisering wordt gevolgd door een culturele verandering uitmondend in democratie. Industrialisatie en postindustrialisatie voeden dit proces. Hij onderscheidt twee culturele assen van waarden in dit proces: 1) traditioneel vs seculiere-rationele waarden en 2) overleving vs zelfexpressie waarden. Landen met een hoog inkomen zitten in het kwadrant van seculiere en zelfexpressie waarden. Er is slechts één ontwikkelingsvolgorde ondanks dat de uitkomst wel verschillende uiterlijkheden kan hebben. De democratie in Japan verschilt van die in Nederland, maar de onderliggende waarden komen sterk overeen. Modernisering en economische ontwikkeling dragen in deze visie bij aan culturele veranderingen die democratie in toenemende mate waarschijnlijk maken. Voor ontwikkelingssamenwerking is dit overzichtelijk: draag bij aan economische ontwikkeling en democratisering en samenleving komen tot bloei. Het probleem met deze visie is dat dagelijks wordt bewezen dat dit proces maar heel langzaam gaat en veel stappen achteruit kent. Enkele “succesverhalen” in de bestrijding van armoede, China en Vietnam, volgen dit patroon amper. De waarde voor beleid is lastig in te schatten.
De visie van Chabal is veel ingewikkelder. Hij zegt eigenlijk dat er geen patroon zit in culturele ontwikkeling. Modernisering in Afrika heeft niet geleid tot ontwikkeling voor iedereen, maar vooral voor een kleine klasse. Uit de overlappende tradities en moderniteit is in Afrika een politieke cultuur gegroeid met als kenmerk: het aanwenden van wanorde voor eigen doelen. Chabal concludeerde in een eerder boek Africa Works uit 1999 dat vijf reden hieraan ten grondslag liggen 1) Afrikanen zijn gevangen door hun eigen gemeenschap, 2) Voor wat, hoort wat geldt sterk, 3) politiek is sterk gericht op de achterban die worden bediend, 4) corruptie door de leiders wordt hiermee gerechtvaardigd, 5) het succes van politici hangt af van de tevredenheid van de achterban. Men is vooral geïnteresseerd in korte termijn en deelbelangen die hun netwerken in stand houden dan lange termijn ontwikkeling. Hij heeft het helemaal niet op met het gedemocratiseer in Afrika. Verkiezingen leiden tot niets, want leiders volgen niet het algemene belang, maar hun eigen belang en dat van de directe achterban. Verkiezingen hebben zo geen zin. Chabal vindt Inglehart’s ontwikkelingsproces dan ook onzin. Je moet juist uitgaan van de lokale situatie en kijken naar het waarom van bepaald gedrag en naar wat mensen drijft. Chabal roept vooral op tot bescheidenheid. Kijk naar de lokale context, stel de juiste vragen en kom vanuit die context met antwoorden. In deze visie moet ontwikkelingssamenwerking zeer nederig zijn en gebaseerd op de lokale omgeving. Geen blauwdrukken met verkiezingen of opgelegde verantwoordingsstructuren. Het is in deze visie lastig om een sterke staat te creëren met gecentraliseerde en geïnstitutionaliseerde bureaucratieën die voor het algemene belang opkomen. Dat werkt niet. Probleem van deze visie is dat het blijkbaar accepteert dat de cultuur van een bepaald land leidt tot de huidige situatie (heel veel armoede) en dat deze cultuur eigenlijk niet van buitenaf kan worden veranderd zodat deze armoede afneemt. Sociale transformatie kan niet worden gestimuleerd. Veel geduld is dan noodzakelijk. Wat moet je dan als bezorgde burger of ontwikkelingswerker. Die mensen gewoon laten sterven, dat is ook onverteerbaar. En ontwikkelingssamenwerking kan wel ophouden.
Het succes van ontwikkeling en hiermee ook ontwikkelingssamenwerking heeft sterk te maken met de cultuur van een land. De meningen over welke rol cultuur heeft staan diametraal tegenover elkaar met beide zeer verschillende beleidsimplicaties. Heel interessant, maar verre van bevredigend om de Millennium Doelen te halen in 2015.
11 April 06Integriteit en GroenLinks
GroenLinks krijgt gelukkig ook positieve aandacht naar aanleiding van de Zaak Pormes. In mijn Terugblik over de hectische week waarin Herman Meijer aftrad sprak ik reeds over het nieuwe integriteitsbeleid van GroenLinks. Dit nieuwe beleid heeft gelukkig ook de belangstelling van de pers, o.a. Volkskrant en de NOS. Ik heb zelf een interview gegeven op NOS Radio 1 Journaal (van 16.46 - 21.16 min.) om uit te leggen welke stappen GroenLinks neemt. Ik hoop dat duidelijk is geworden dat het niet gaat om smetjes op het blazoen of het uitsluiten van GroenLinksers met een actieverleden. Zeer zeker niet, die horen bij onze partij. Het gaat erom dat kandidaten open zijn over hun verleden en eventuele gevoeligheden bespreekbaar maken. Dat is essentieel om elkaar te kunnen vertrouwen en samen te kunnen werken.09 April 06Is Francis Fukuyama GroenLinkser?
Conclusie: nee, nog niet, maar het scheelt niet veel. Waarom: zie hieronder!!!De Amerikaanse politiek denker en hoogleraar Internationale Politieke Economie Francis Fukuyama heeft een nieuw boek geschreven dat tot heel veel ophef heeft geleid in de Verenigde Staten. Zeer begrijpelijke ophef, want in het nieuwe 'America at the Crossroads. Democracy, Power, and the Neoconservative Legacy' (of 'Na het conservatisme' in het Nederlands) neemt hij radicaal afstand van het buitenlands beleid van zijn neo-conservatieve vrienden in de regering Bush jr. De pogingen om de wereld met harde militaire hand te democratiseren en te blijven opereren als de enige en bijzonder arrogante wereldmacht komt Fukuyama de keel uit. Het buitenlandse beleid van de regering Bush en de oorlog in Irak zijn uitgelopen op een debacle, omdat de neoconservatieve ideeën zijn gekaapt door militaristen en leninistische maakbaarheidsdenkers, aldus Fukuyama in Tegenlicht. Hij pleit voor een "realistisch Wilsonianisme" naar de voormalige president Wilson die de Volkerenbond oprichtte in 1919, die oprecht geinteresseerd was in het welzijn van alle wereldburgers en wereldleiders stevig aansprak indien nodig. Belangrijkste elementen: demilitarisering van het buitenlands beleid, alleen in uiterste noodzaak regime verandering door middel van militaire ingrijpen en meer aandacht en begrip voor wat in andere landen gebeurt. Een oproep om te gaan voor soft power in plaats van hard power. Het NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag publiceerde een lang en bijzonder interessant artikel van Fukuyama gebaseerd op zijn boek. Zijn nieuwe visie is hem zeer zeker niet in dank afgenomen en heeft veel neo-con vrienden gekost.
lees meer >>
08 April 06Terugblik: een hectische week
Afgelopen zondag trad Herman Meijer, voorzitter van GroenLinks, af. Een direct en onvermijdelijk gevolg van het besluit van de Partijraad om het beroep van Sam Pormes tegen zijn het royement te gegrond te verklaren. De rest van het partijbestuur, inclusief mezelf, besloten om op Herman’s verzoek aan te blijven. Een moeilijk besluit, maar verstandig. Het komende jaar is namelijk zeer belangrijk voor GroenLinks met twee verkiezingen: provinciale staten en tweede kamer. En een partij zonder bestuur is toch stuurloos.Het is inmiddels een week later. De rust is gelukkig enigszins weergekeerd. Inmiddels hebben de vijf leden van de Eerste-Kamerfractie Marius Ernsting als bemiddelaar ingeschakeld om een werkbare oplossing te zoeken waar alle GroenLinks-senatoren zich in kunnen vinden. Het Partijbestuur heeft alle leden een brief gestuurd over deze hectische week. Het bestuur zal op korte termijn een interim-voorzitter voordragen die de resterende negen maanden tot het congres op 16 december zal volmaken.
De scherven blijven tot nu toe enigszins beperkt als de peiling van NOVA Politiek indicatief is. Deze peilt tot halverwege de week, dus daarin zit het effect van afgelopen weekend. In mijn omgeving komt het allemaal een beetje raar over deze affaire. Sommigen vinden hem een amicale man die goed overkomt op TV. Iedereen praat maar over het trainingskamp in Jemen en de Punt waar Sam Pormes bij betrokken zou zijn geweest. De inhoud komt amper aan de orde. Ik vind veel interessanter dat hij in 2004 in hoger beroep is veroordeeld door de bestuursrechter tot het terugbetalen van NLG 47.043 voor een onterecht ontvangen WW-uitkering. Hij erkent zelf dat hij hierover onvoldoende open is geweest richting de Partij. Maar goed, de Partijraad heeft gesproken. Lees het rapport en oordeel zelf.
Gelukkig heeft het Partijbestuur naast het besluit om Sam Pormes te royeren ook besloten om een beter integriteitsbeleid te formuleren en een protocol te maken voor kandidatencommissie, want enkele commissie hebben ook steken laten vallen.
Iedereen heeft recht op een actieverleden en enkele smetjes op het blazoen zijn helemaal niet erg. Daar gaat deze zaak ook helemaal niet over. Het gaat ook niet om angst van het Partijbestuur voor de nieuwe tijd, waarin terrorisme centraal lijkt te staan. Allemaal onzin. De politiek wordt steeds meer een personendemocratie. Dat betekent dat de integriteit van individuele kamerleden essentieel is voor het aanzien van een partij. Het gaat erom dat we elkaar onderling kunnen vertrouwen en open tegen elkaar zijn. Altijd.