Olifanten, blauwe tonijn, en haaien
Vandaag begint in Doha, Qatar, de conferentie van CITES, the Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora. De vorige bijeenkomst was in Nederland in 2007 en die was behoorlijk spannend, vooral omdat de Afrikaanse landen onderling enorme ruzie maakten over olifanten. En dat dreigt nu weer. De agenda is weer lang, maar de meeste aandacht zal uitgaan naar de verdere bescherming of niet van Afrikaanse olifant, de blauwvintonijn, de handel in haaien en misschien de ijsbeer.CITES is een verdrag dat kan besluiten om de handel in sommige dieren te verbieden of aan banden te leggen. Door de vraag naar producten te laten opdrogen, wordt de jacht op deze beesten aanzienlijk verminderd. Het heeft namelijk geen zin om een olifant dood te schieten als de ivoor heel erg moeilijk en volstrekt illegaal dient te worden verkocht. Dat gebeurd natuurlijk wel, maar is erg afgenomen. Het is daarmee eigenlijk een van de meest effectieve internationale milieuverdragen die ook daadwerkelijk iets bijdraagt aan mondiale bescherming van het milieu. Laten we dan ook hopen dat de blauwvintonijnkan worden beschermd op deze manier, want anders is de vis over twee jaar niet meer. Ik ben benieuwd.
Spannend wordt de discussie over de Afrikaanse olifant. Er is een tweestrijd gaande tussen enerzijds landen als Tanzania, Zambia, Namibie, Botswana en Zuid-Afrika en anderzijds Kenya, Congo, Chad, Ghana, Mali, Rwanda en Sierra Leone. Een strijd die eigenlijk al jaren aan de gang is op het continent. Zuidelijke Afrika wil veel relaxter zijn en handel soms toestaan en hebben nu voorgesteld om alle ivoorvoorraad te verkopen. De andere landen zijn veel strenger en willen eigenlijk een volledig verbod op alle handel, en hebben als tegenvoorstel dat het moratorium voor handel wordt verlengd van 9 tot 20 jaar. Zie African Elephant Coalition voor meer info over de laatste posities.
Het is een erg lastig dilemma. West-, Centraal en Oost Afrika hebben enorm last van stropen en hun argument is dan ook dat de handel zoveel mogelijk moet worden verboden. Zuidelijke Afrika heeft, vanwege goed management van parken, veel minder te maken met stropen en een snel groeiende populatie olifanten die behoorlijke problemen opleveren. Daarnaast is hier ook nog steeds een aanzienlijke jachtcultuur. Tanzania en Zambia lijken vooral geinteresseerd in snel geld door verkoop van enorme voorraden die zijn opgebouwd vanwege opgepakte stropers, overleden olifanten, afschieten etc. Op totaal niveau speelt dan ook nog de discussie of de olifant nog wel een bedreigde diersoort is. De Kenianen zijn een zeer belangrijke speler met zeer gemotiveerde overheidsofficials en NGO's. Het wordt gedreven door witte Kenianen die in de conservatiehoek zitten, o.a. in Samburu (Zie deze link voor meer info, en doneer, want ze zijn zeer gtroffen door overstromingen).
Het is geen makkelijk oordeel vanwege de zeer verschillende situatie waarin de landen zitten. Een besluit om de voorraden te mogen verkopen leidt tot handel en dan maakt het uiteindelijk niet uit, vanwege grootschalige corruptie in landen van oorsprong en herkomst (vooral Japan en China), of deze handel uit voorraden komt, of illegaal geschoten is. Zuidelijk Afrika behandelt dit allemaal veel en veel beter dan de door-en-door corrupte andere landen, en zetten ook substantiele financiele middelen in om stropen tegen te gaan. De rest heeft te maken met zwakke overheidsinstanties die vaak juist het probleem zijn en proberen dus enigszins met internationale oplossingen te komen voor grote nationale problemen. Maar ja, dat is wel de situatie die niet snel zal veranderen, want anders waren deze landen ook gewoon rijk. Ik geef geen oordeel, maar wacht maar eens de discussie af. Boeiend.
Geef jouw mening!: