Is Francis Fukuyama GroenLinkser?
Conclusie: nee, nog niet, maar het scheelt niet veel. Waarom: zie hieronder!!!De Amerikaanse politiek denker en hoogleraar Internationale Politieke Economie Francis Fukuyama heeft een nieuw boek geschreven dat tot heel veel ophef heeft geleid in de Verenigde Staten. Zeer begrijpelijke ophef, want in het nieuwe 'America at the Crossroads. Democracy, Power, and the Neoconservative Legacy' (of 'Na het conservatisme' in het Nederlands) neemt hij radicaal afstand van het buitenlands beleid van zijn neo-conservatieve vrienden in de regering Bush jr. De pogingen om de wereld met harde militaire hand te democratiseren en te blijven opereren als de enige en bijzonder arrogante wereldmacht komt Fukuyama de keel uit. Het buitenlandse beleid van de regering Bush en de oorlog in Irak zijn uitgelopen op een debacle, omdat de neoconservatieve ideeën zijn gekaapt door militaristen en leninistische maakbaarheidsdenkers, aldus Fukuyama in Tegenlicht. Hij pleit voor een "realistisch Wilsonianisme" naar de voormalige president Wilson die de Volkerenbond oprichtte in 1919, die oprecht geinteresseerd was in het welzijn van alle wereldburgers en wereldleiders stevig aansprak indien nodig. Belangrijkste elementen: demilitarisering van het buitenlands beleid, alleen in uiterste noodzaak regime verandering door middel van militaire ingrijpen en meer aandacht en begrip voor wat in andere landen gebeurt. Een oproep om te gaan voor soft power in plaats van hard power. Het NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag publiceerde een lang en bijzonder interessant artikel van Fukuyama gebaseerd op zijn boek. Zijn nieuwe visie is hem zeer zeker niet in dank afgenomen en heeft veel neo-con vrienden gekost.
Irak, of beter, het falen van de pogingen tot democratisering in Irak, hebben zijn ogen geopend. Onomwonden stelt hij dat de oorlog in Irak een fout is geweest van Bush cum suis. Dat alleen al zal hem veel vrienden hebben gekost. Hij gaat verder. Het Amerikaanse buitenlands beleid moet radicaal demilitariseren. Preventieve oorlog en regimeverandering door middel van militaire ingrijpen zullen nooit helemaal verdwijnen, maar moeten als zeer drastische maatregelen worden beschouwd. De VS zou duidelijke criteria moeten opstellen op grond waarvan ze kunnen oordelen wanneer preventieve oorlog gerechtvaardigd is, en die criteria zouden zowel beperkend als specifiek moeten zijn.
Ik, en anderen, pleiten binnen GroenLinks reeds enkele jaren voor duidelijke criteria. Fukuyama geeft geen aanzet tot criteria en dat is jammer, maar misschien wil hij ze lenen. Deze criteria zouden dan leidraad zijn van de nieuwe National Security Strategy van de VS en GroenLinks, toch uniek:
o Rechtvaardig doel: voor Groenlinks is dit het stoppen of voorkomen van genocide of (ernstige) mensenrechten schendingen
o Juiste intentie: de politieke eisen die aan de strijdende partijen worden gesteld moeten haalbaar zijn, en een duurzame oplossing dichterbij brengen
o Laatste redmiddel: gewapend optreden is het laatste redmiddel als van alle andere instrumenten redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze geen oplossing bieden.
o Legitieme autoriteit: een interventie dient uitgevoerd te worden door een legitieme autoriteit. GroenLinks vindt dat dit in principe een besluit van de VN-veiligheidsraad moet zijn. In uitzonderlijke situaties, als sprake is van (dreigende genocide) of zeer ernstige schending van mensenrechten, kan Nederland deelnemen aan een vredesoperatie die niet steunt op een VR-resolutie, maar wel in lijn met het VN-handvest en relevante verdragen. In dat geval toetst het Internationaal Gerechtshof achteraf of de vredesoperatie daadwerkelijk heeft voldaan aan de overige criteria.
o Prortionaliteit: de ondernomen militaire acties moeten in verhouding staan tot de doelen die ermee worden beoorgd.
o Burgerbevolking ontzien: het bewust raken van burgerdoelen is een ontoelaatbare militaire strategie en de risico’s voor onze eigen militaire mogen niet zwaarder wegen dan de risico’s voor de burgerbevolking.
o Nazorg: militaire interventie geeft veel verantwoordelijkheid voor de periode erna, zoals wederopbouw, handhaven stabiliteit, ondersteuning van een nieuw bestuur. Dit dient allemaal onderdeel uit te maken van een plan van aanpak bij een militaire interventie.
Verder met Fukuyama. Hij vindt dat de Verenigde Staten zowel politieke als economische ontwikkeling moeten stimuleren, en ze moeten zich iets aantrekken van wat zich in ander landen op deze wereld afspeelt. De VS zou zich kunnen concentreren op deugdelijk bestuur, politiek rekenschap, democratie en krachtige instituties. De instrumenten moeten dus liggen op het terrein van zachte macht, door een voorbeeld te zijn, zorgen voor opleiding en scholing en gewoon geld te geven. Hij stelt ook nog dat ontwikkeling bijna nooit van buitenaf kan worden opgelegd, maar dat het altijd personen vanuit de samenleving zijn die een proces van ontwikkeling op gang brengen. Dit alles vraagt volgens hem om geduld. Fukuyama gaat Ontwikkelingssamenwerking en op een goede manier. Nederland kan hier veel van leren voor haar geintegreerde buitenlandse beleid. Ongelofelijk.
Maar helaas is niet alles juichend. Fukuyama vindt nog steeds dat de macht van Amerika van groot belang is voor de wereldorde. Met haar grote troepenmacht ontmoedigen ze landen met een middelmatige machtspositie om naar militaire dominantie te streven. Amerikaanse macht is vaak nuttiger wanneer dit latent wordt aanwezig is. Hij blijft dus nog steeds de VS "a gift to mankind vinden", ondanks de misbruik in Irak. De militaire middelen moeten alleen niet worden ingezet, maar moeten alleen aanwezig zijn. Hij blijft hiermee het neo-conservatieve standpunt dat de Amerikaanse macht moreel goed is en daarom niet bedreigend is voor andere brave staten onderschrijven. Sommigen in deze wereld denken hier duidelijk anders over.
Ik kan nog veel meer zeggen over de nieuwe visie van Fukuyama. Hij houdt ook nog een wervelende pleidooi voor mondiale democratische instituties die zowel macht hebben als legitiem zijn. Ook interessant, maar maakt dit hem een GroenLinkser? Charles Krauthammer van de Washington Post maakt gehakt van de ommezwaai van Fukuyama. Hij stelt: "Fukuyama's book is proof of this proposition about the lack of the plausible alternative. The alternative he proposes for the challenges of Sept. 11 -- new international institutions, new forms of foreign aid and sundry other forms of "soft power" -- is a mush of bureaucratic make-work in the face of a raging fire." Als de Washington Post het niet eens is met de ideeen van Fukuyama dan is hij voor mij bijna een GroenLinkser.
Geef jouw mening!: